Bij het binnenkomen van Perú, op 9 augustus, kregen we allemaal een stempel in ons pasport met daarop het aantal dagen dat we in het land mochten blijven. Wat de douanier neerschrijft hangt vooral af van zijn humeur, de wind, misschien ook van hoe goed je haar nog ligt na zo’n 16 uurtjes vliegen, eigenlijk vooral van willekeur dus. Dorien en ik kregen 90 dagen, dus begin november hadden we weer een goede uitvlucht voor een reisje!!
We trokken met het vliegtuig naar Juliaca, in de buurt van Puno bij het Lago Titicaca. Onze eerste toeristische uitstap ging richting ‘Los Uros’. Een groep van artificiële eilanden die volledig uit riet zijn gemaakt. Er wonen ook effectief mensen op de eilanden en die zien de toeristen maar al te graag komen natuurlijk. Toch loont het echt de moeite. De vrouwen lopen er een beetje als eenden, maar hoe zou je er zelf bijlopen als de ondergrond onder je voeten altijd dobbert op het water? Op een rieten boot voeren we van het ene eiland naar het andere. In de namiddag trokken we naar Taquile, een ander eiland in het Titicacameer met een prachtige natuur. Bij de lange wandelingen voelden we toch dat de hoogte ons ook hier parten speelde. Het Titicacameer is met zijn 3812m boven de zeespiegel dan ook het hoogstgelegen bevaarbare meer van de wereld. Gelukkig waren we zoals meestal bij de jongsten van de groep, dus we laten ons niet kennen! En ’s avonds verwennen we onszelf met een heerlijke maaltijd in een gezellig restaurantje in Puno.
De volgende dag hadden we een spannende vooruitzichten. Bij een betrouwbaar reisbureau hadden we een tocht naar Anapia, een minder toeristisch eiland geboekt. We zouden logeren bij een familie die ons zou rondleiden op het eiland en voor ons zou koken. We waren er helemaal klaar voor. In een dorpje in de buurt van de grens met Bolivië wachtten we de familie op. We snoven de plaatselijke, traditionele sfeer op, genoten van de fanfare die langskwam, van de vrouwtjes die massaal bloemen naar de kerk droegen, … Maar na uren wachten en verschillende malen telefoneren was er nog steeds niemand komen opdagen. Daar ging ons avontuurlijke uitstapje aan onze neus voorbij… Maar we lieten het niet aan ons hart komen, namen een taxi naar de Boliviaanse grens en kwamen een dag eerder als voorzien in La Paz aan. Daar stond ons nog een helse zoektocht naar een hostal te wachten.
La Paz is een eerder vuile stad, een beetje zoals Lima. Veel verkeer, drukte, lawaai, … Uitzonderlijk is wel het feit dat de stad in een dal ligt en daarbij de rijke mensen beneden in het dal wonen en de armen bovenaan op de heuvel. We wandelden doorheen de stad, bezochten kerken, kathedralen, parken en belangrijke pleinen. Maar we haalden pas echt ons hart op in de souvenirwinkeltjes, waar we helemaal de tijd uit het oog verloren. Een traditionele, authentieke vrouwenbolhoed stond al langer op mijn verlanglijstje en in La Paz vond ik hem eindelijk! Verder konden vooral lederen tasjes, sjaaltjes, mutsen, wantjes, ringetjes en oorbelletjes ons bekoren. En een bol is nog veel minder dan een sol =).
Ondertussen reeds dag 5 van ons reisje geworden. Tijd om naar Copacabana te trekken. Daar vonden we een zalig hostal, met nog veel zaliger ontbijt: crackers, yoghurt, verse fruitsalade, pannenkoekje, broodjes met boter en confituur, frisse melk en fruitsap. We namen er het koude water in de douche met graagte bij. Na het stadje een beetje te hebben verkend, werd het tijd om een nieuwe uitstap te plannen. We trokken naar ‘Isla del Sol’, een uitgestrekt eiland waar de boot ons ’s ochtends aan de noordkant afzette om ons later in de namiddag aan de zuidkant opnieuw op te halen. Een niet onvermoeiende wandeling onder de brandende zon, waar ik toch heel erg kon van genieten. Na enkele uren stappen begonnen we ons zo stilletjes bij onszelf af te vragen of we wel de juiste weg hadden gekozen en of we wel nog op tijd bij de boot zouden aankomen… Maar onze vrees bleek voor niks te zijn geweest. ’s Avonds verwenden we onszelf, zoals zowat iedere avond eigenlijk, op een heerlijke maaltijd in een van de plaatselijke restaurantjes.
Na nog een dagje uitrusten en genieten in Copacabana was het alweer tijd geworden om terug richting Puno te reizen. Het is vandaag 5 november, mijn mama en papa komen vandaag aan in Lima om aan hun rondreis door Perú te beginnen. Heel erg jammer dat ik hen nu niet kan zien, ik moet nog een 16-tal daagjes wachten… In Puno genoten we nog vollop van de feesten ter gelegenheid van de week van Puno. Een geweldige sfeer met fanfares, dansende kinderen in kleurrijke outfitjes, ... Als laatste uitstapje van ons reisje bezochten we Sillustani, een schiereiland en gewezen Inca-begraafplaats. Maar daar reeds begon ik me misselijk en ziekjes te voelen. Tegen de volgende ochtend voelden we ons allebei immens ellendig en ziek. Een vreselijke terugreis naar Lima om snel te vergeten , in tegenstelling tot de rest van het reisje wat ik het liefst nog heel fris in mijn herinneringen wens te houden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten